Vezelwitte appelflappen
De geur van verse appelflappen die opstijgt uit de oven? Heerlijk. Met dit recept voor vezelwitte appelflappen tover je de bekende smaak tevoorschijn in je eigen keuken. Krokant vanbuiten en heerlijk zacht vanbinnen. Met rozijnen in de vulling geef je het traditionele gebak een speelse toets.
Voeg toe aan receptenboekje

Vezelwitte appelflappen

1

Deeg voorbereiden

Meng de ingrediënten voor het deeg. Kneed 20 minuten met je broodmachine of met de hand. Of 10 minuten met de keukenrobot.
2
Verdeel het deeg in 8 bolletjes van 50 g.
3
Bedek ze met huishoudfolie. Laat 30 minuten rijzen op kamertemperatuur.
4

Vulling bereiden

Schil de appels, verwijder het klokhuis en snij het vruchtvlees in stukjes.
5
Laat een klontje boter smelten in een pannetje op middelhoog vuur. Doe er de appelblokjes in en bestrooi ze met suiker.
6
Bak de blokjes tot ze beginnen te karamelliseren (lichtjes bruin worden). Voeg de rozijnen toe, en roer alles goed door elkaar.
7
Neem het pannetje van het vuur, en laat het mengsel afkoelen.
8

Appelflappen afwerken

Druk de bolletjes plat met je handen. Rol ze uit met een deegrol tot ovale plakjes van ongeveer 14 cm lang.
9
Leg een beetje vulling in het midden van het deeg.
10
Strijk de rand van het deeg voor de helft in met losgeklopt ei. Vouw de deegstukjes dicht, met de niet-bestreken rand op de ingestreken rand. Druk goed aan. Het ei houdt de flappen stevig dicht.
11
Leg de appelflappen op de bakplaat met bakpapier. Bedek ze met folie, en laat 30 minuten rijzen op kamertemperatuur. Verwarm ondertussen de oven voor op 220 °C.
12
Bestrijk de appelflappen met ei. Knip er enkele hapjes in om de stoom te laten ontsnappen tijdens het bakken.
13
Bak de flappen 15 minuten op 220 °C.
Vezelwitte appelflappen

voor 8 stuks
Voor je deeg
160 ml water
Voor je vulling
1 ei, losgeklopt
2 appels (150 à 200 g), in stukjes
50 g rozijnen
klontje boter
Bak- en kookbenodigdheden
oven met bakplaat
Voeg toe aan boodschappenlijstje
Vragen?
Vezelwitte appelflappen

voor 8 stuks
Voor je deeg
160 ml water
Voor je vulling
1 ei, losgeklopt
2 appels (150 à 200 g), in stukjes
50 g rozijnen
klontje boter
Bak- en kookbenodigdheden
oven met bakplaat
Voeg toe aan boodschappenlijstje
Vragen?
1

Deeg voorbereiden

Meng de ingrediënten voor het deeg. Kneed 20 minuten met je broodmachine of met de hand. Of 10 minuten met de keukenrobot.
2
Verdeel het deeg in 8 bolletjes van 50 g.
3
Bedek ze met huishoudfolie. Laat 30 minuten rijzen op kamertemperatuur.
4

Vulling bereiden

Schil de appels, verwijder het klokhuis en snij het vruchtvlees in stukjes.
5
Laat een klontje boter smelten in een pannetje op middelhoog vuur. Doe er de appelblokjes in en bestrooi ze met suiker.
6
Bak de blokjes tot ze beginnen te karamelliseren (lichtjes bruin worden). Voeg de rozijnen toe, en roer alles goed door elkaar.
7
Neem het pannetje van het vuur, en laat het mengsel afkoelen.
8

Appelflappen afwerken

Druk de bolletjes plat met je handen. Rol ze uit met een deegrol tot ovale plakjes van ongeveer 14 cm lang.
9
Leg een beetje vulling in het midden van het deeg.
10
Strijk de rand van het deeg voor de helft in met losgeklopt ei. Vouw de deegstukjes dicht, met de niet-bestreken rand op de ingestreken rand. Druk goed aan. Het ei houdt de flappen stevig dicht.
11
Leg de appelflappen op de bakplaat met bakpapier. Bedek ze met folie, en laat 30 minuten rijzen op kamertemperatuur. Verwarm ondertussen de oven voor op 220 °C.
12
Bestrijk de appelflappen met ei. Knip er enkele hapjes in om de stoom te laten ontsnappen tijdens het bakken.
13
Bak de flappen 15 minuten op 220 °C.

Wat zeggen anderen