Een gerbil als huisdier? Zo begin je eraan


Denk je eraan om gerbils als huisgenootjes te verwelkomen? Deze knaagdieren zijn actief, intelligent en ontzettend boeiend om naar te kijken. Met de juiste voeding en een verblijf op hun maat geef je ze een warme thuis. We zetten alles op een rijtje waar je aan moet denken.



Wat geef ik mijn gerbil te eten en te drinken?


  • Basisvoeding: hooi en kwalitatief droogvoer (bevat alle voedingsstoffen die een gerbil nodig heeft)
  • Aanvullend: verse kruiden (zoals salie, basilicum), gras (geen siergras) en bladeren (bijvoorbeeld hazelnootbladeren, weegbree)
  • Knaagmateriaal (wilgen- of fruittakjes)
  • Dagelijks vers drinkwater
  • Af en toe meelwormen, zaden, granen
 

Groenten en fruit voeren? Strikt genomen hebben gerbils dat niet nodig. Eventueel kun je een beetje appel, wortel, pompoen of venkel geven. Beperk de hoeveelheid om diarree te voorkomen.




Hoe maak ik het ideale gerbilverblijf?


Het perfecte verblijf inrichten voor je nieuwe huisgenootjes? Hier is je lijstje:

  • Drinkfles met stalen drinktip
  • Voederschaaltje (knaagbestendig en ondiep)
  • Minstens één schuilplek per dier
  • Complexe inrichting (etages, tunnels, touwen, speelgoed)
  • Nestmateriaal (hooi bijvoorbeeld)
  • Zandbad met chinchilla- of gerbilzand
  • Knaagmateriaal
  • Dikke laag bodembedekking

Solo of in groep?


Gerbils zijn groepsdieren, maar ze bewaken hun territorium. Ze reageren agressief op onbekende dieren.

Ideale combinaties:

  • 2 vrouwtjes
  • 2 mannetjes

Hou je meer dan twee gerbils, dan wordt de kans op gevechten groter. Zet zeker nooit meer dan vier dieren in één hok. Mannetjes kunnen meestal het best de vrede bewaren. Vrouwtjes zijn minder verdraagzaam en vechten sneller.

De kans op conflicten kleiner maken? Kies voor dieren van ongeveer dezelfde leeftijd die van jongs af aan samen opgroeien. De ideale leeftijd om gerbils samen te zetten is 8 à 10 weken. Bij oudere dieren is de kans dat ze elkaar accepteren veel kleiner.

5 vuistregels voor de huisvesting van je gerbils


1. Geef je gerbils een ruime, aangepaste kooi 
Voor twee gerbils voorzie je best een kooi van minstens 80 centimeter lang, 40 centimeter breed en 50 centimeter hoog. Een glazen bak met bovenaan tralies is het meest geschikt. Een gewone traliekooi voldoet niet. Gerbils zijn fanatieke knagers en slagen erin plastic en zelfs metalen tralies kapot te bijten. Nog een voordeel van een glazen bak: je gerbils kunnen volop graven zonder dat alle bodembedekking uit de kooi vliegt. Het ideale gerbilverblijf heeft etages en een diepe bodem met veel graafmateriaal.

2. Kies een geschikte plek
Plaats de kooi op een rustige plaats. Vermijd direct zonlicht, contact met andere hittebronnen, tocht en sigarettenrook. Een temperatuur tussen 26 en 28 °C vinden gerbils ideaal, maar ook een normale kamertemperatuur tussen 20 en 24 °C is prima.

3. De juiste bodembedekking
Kies als bodembedekking voor stofvrije houtvezel of hennepvezel. Strooi een laag van minstens 10 centimeter dik, liefst zelfs 20 à 30 centimeter. Als nestmateriaal kun je hooi gebruiken.

4. Zorg voor een uitdagende inrichting

  • Voorzie de kooi van genoeg schuilplekken zodat je gerbils zich veilig voelen. Plaats een nesthuisje met tunnelvormige ingang en enkele buizen en tunnels waarin ze kunnen wegkruipen. Zo voorkom je gedragsproblemen zoals dwangmatig graven.
  • Gerbils nemen zandbaden om hun vacht te verzorgen. Zet daarom een diepe schaal met speciaal chinchilla- of gerbilzand in de kooi.
  • Geef je gerbils altijd genoeg knaagmateriaal zoals wilgen- en fruitboomtakjes en speelgoed uit hout. Zo hou je ze bezig en vermijd je dat ze zich gaan vervelen. Laat ze af en toe ook actief op zoek gaan naar hun voer. Verstop het bijvoorbeeld in dichtgevouwen wc-rolletjes of kartonnen doosjes.

5. Maak de kooi regelmatig schoon
  • Verwijder dagelijks oud bederfelijk voer en uitwerpselen. Maak de hele kooi één keer per week schoon. Vernieuw het nest niet te vaak, dat bezorgt je dieren stress.
  • Zeef het zand van het zandbad elke dag om de vuiltjes eruit te halen. Vervang het zand één keer per maand.