Tuinvogels voederen: alles wat je moet weten


Een mooie tuin is leuk, maar een tuin vol leven nog beter. Richt je tuin in voor alle dieren zoals egels, eekhoorns en bijen, dat brengt niet alleen leven in de brouwerij, maar bevordert ook de biodiversiteit. Hier krijg je als vogelliefhebber tips hoe je die vliegende vriendjes bij jou krijgt.


Hulpmiddelen voor tuinbewoners



Hoe trek ik tuinvogels aan?


Trek tuinvogels aan met deze 3 tips:
  1. Creëer een zo natuurlijk mogelijk tuin. Denk aan een geleidelijke overgang van gazon naar struiken of bomen, maar laat ook dood hout en bladafval gewoon liggen. Makkelijk voor jou en nuttig voor vogels (en andere diertjes).

  2. Plant struiken, bomen en hagen. Met enkel een groen gazon, maak je geen vogels gelukkig, want dan hebben ze geen schuil- of nestplaatsen. Hang gerust zelf ook een nestkastje op om ze een duwtje in de rug te geven.

  3. Zorg voor drinkwater, want als het vriest, vinden vogels moeilijk drinkbaar water.
  1. Schud regelmatig je tafellaken uit in de tuin. Vogels kijken niet neer op kruimels, integendeel.

  2. Voederen kan het hele jaar door, maar pas de voeding aan aan het seizoen. Het grootste deel van de tijd vinden tuinvogels bovendien voldoende voedsel als je tuin natuurlijk is aangelegd.

  3. Voeder niet te veel tegelijk en liefst 's ochtends en tegen het einde van de middag. Na een lange, koude nacht hebben vogels behoefte aan een stevig ontbijt en tegen de avond eten ze hun buikje rond om de nacht door te komen. Strooi je te veel en te vaak, is de kans groot dat je muizen en ratten aantrekt.

  4. Vermijd voedsel waarin zout is verwerkt. In de kaas en de broodkruimels die je strooit zit al genoeg zout. Geef vogels geen margarine of boter, dat werkt laxerend.

  5. Let op met voedsel dat makkelijk bevriest, zoals appels. Als het kan, geef het dan als geheel en zeker niet in kleine stukjes.
De vogels in je tuin zullen blij zijn met alles wat je aan vogelvoer klaarzet.


Drinkwater voor tuinvogels


Water is heel belangrijk voor vogels, zeker tijdens de koude wintermaanden.
  • Wanneer het sneeuwt, drinken vogels door in de sneeuw te pikken.
  • Vriest het, is het moeilijker voor de vogels, dus zet dan een bakje of schaaltje water buiten.
  • Voeg nooit zout toe. Bevriest het water te snel, kan je desnoods een beetje suiker toevoegen, maar doe dat zo min mogelijk.

In de zomer verandert een drinkbakje vaak in een vogelbad. De vogels genieten volop van het bad dat je voor hen klaarzet. Het beste vogelbad (en drinkplaats) is een ondiepe schaal die je op een open, overzichtelijke plek in de tuin zet.

Ververs het vogelbad of drinkwater regelmatig. En af en toe de schaal proper schrobben met heet water en een borstel is ook een goed idee. Gebruik wel zeker geen chemische producten.


Welke vogel eet wat?


Elke vogelsoort heeft zijn eigen eetgewoonten. Speel daarop in afhankelijk van de vogels die je tuin bezoeken, of de vogels die je wil aantrekken. De vuistregel is: hoe meer soorten voer je aanbiedt, hoe meer verschillende tuinvogels er naar je tuin zullen komen.

  • Merel, kramsvogel, koperwiek, zanglijster en spreeuw
    • Wat: gewelde krenten en rozijnen, kaasresten, fruit, schillen en klokhuizen, bessen en gekookte aardappelen
    • Waar: op de grond, sneeuwvrij, een open plek met beschutting dichtbij

  • Koolmees, pimpelmees, matkop, kuifmees, zwarte mees en staartmees
    • Wat: vetbollen, slingers ongebrande, ongezouten pinda's, halve kokosnoot, vogelzaad en zonnebloempitten
    • Waar: op de voedertafel, voederbuis, opgehangen in bomen of struiken

  • Specht, boomklever en boomkruiper
    • Wat: ongezouten pinda's en noten, vetbollen, zonnebloempitten, kaas zonder korst
    • Waar: eventueel vastgemaakt aan een boomstam op een rustige plek

  • Huismus, ringmus, sijs, distelvink, vink, keep en groenling
    • Wat: onkruidzaden, gemengd strooizaad, etensresten, zonnebloempitten
    • Waar: op de grond, voedertafel, voederbuis

  • Winterkoning, heggenmus en roodborstje
    • Wat: universeel voer, bessen, meelwormen, broodkruimels, maden en larven, ongekookte havermout
    • Waar: op de grond, sneeuwvrij, mag ook beschut onder heggen en struiken


Tuinvogels voederen in de lente, zomer en herfst


Dat je vogels in de winter bijvoert, is logisch. Maar wist je dat je het hele jaar vogels kan voederen? Het komt er alleen op aan het juiste voer aan te bieden. Kruimels en fruit mogen zijn alvast ieder seizoen welkom. Vogels nemen maar al te graag het voedsel dat je aanbiedt als aanvulling op wat ze in de natuur vinden.

Tuinvogels eten geven in de lente


In de lente zijn tuinvogels druk in de weer met het bouwen van hun nest, paren en eieren leggen. Ze zoeken voedsel voor zichzelf en de jongen.

  • Insecten, rupsen en wormen zijn een natuurlijke bron van eiwitten. Daar gaan vogels naar op zoek en die zijn in de lente normaal gesproken in een vogelvriendelijke tuin ruim voorradig.
  • Alleen de ouders genieten in dit seizoen van je strooivoer. Daarom is het handig dat het voedsel meer kalk en eiwit bevat, bijvoorbeeld via meelwormen of fijngestampte eierschalen.
  • Vetbollen en pinda’s geef je beter niet meer. Melk geef je eigenlijk beter nooit.

Vogelvoer in de zomer


In de zomer gaan vogels zelf op zoek naar de wormen en insecten (eiwitrijk voedsel) die ze nodig hebben. Ze gaan ruien en krijgen het verenkleed dat ze tegen de winterse kou moet beschermen of waarmee ze naar het zuiden trekken.

Help hen door planten in je tuin te zetten die insecten lokken. En met het besproeien van je gazon lok je lekkere regenwormen. Wil je zelf iets geven, zorg dan voor een portie meelwormen.


Vogels voederen in de herfst


In de herfst zoeken vogels actief naar een voedselplek voor de winter. Voeder je ze in het najaar, dan weten ze dat ze in de winter in jouw tuin terecht kunnen. Als het erg koud wordt, geef gerust al vetbollen en pindaslingers.


Tuinvogels bijvoederen in de winter


De winter is de meest aangewezen periode om de vogels in je tuin te voederen. Insecten verdwijnen onder de grond, alle bessen zijn geplukt en regen en sneeuw maken het moeilijk om zaden te vinden.

De dagen zijn ook korter, waardoor er minder tijd is om voedsel te zoeken. Je gevederde tuinvrienden vinden weinig te eten, terwijl ze juist extra veel energie nodig hebben om hun lichaamstemperatuur op peil te houden.

Voorzie daarom van december tot april vetrijke producten (vetbollen, pindaslingers, pindakaas, halve kokosnoten…) en zorg voor een goed gevulde voedertafel.


Alles om tuinbewoners in elk seizoen een handje te helpen